Goed werkgeverschap en Arbo

De werkgever en de werknemer zijn verplicht zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen. Dat staat in de wet. Maar wat betekent dat eigenlijk en wat zijn de consequenties voor wie zich er niet aan houdt?

Artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek stelt: De werkgever en de werknemer zijn verplicht zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen. Meer staat er niet. Dus wat dat goed werkgeverschap en werknemerschap behelzen, valt uit de wet niet direct op te maken. De Memorie van Toelichting is uitvoeriger. Hierin staat dat bij de uitleg van deze begrippen uitgegaan moet worden van de eisen van redelijkheid en billijkheid zoals die bij de uitvoering van alle overeenkomsten geldt.

Op gebied van Arbo betekent dit dat een werkgever op grond van goed werkgeverschap verplicht is om zijn werknemers zoveel mogelijk veiligheid en een gezond werkklimaat te bieden bij het uitoefenen van zijn functie. Dat staat zowel in het Burgerlijk Wetboek, als in aparte regelgeving zoals de Arbeidsomstandighedenwet en de Arbeidstijdenwet.

Wanneer een werkgever zich niet houdt aan deze zorgplicht en de werknemer daar schade van ondervindt, dan komt dat voor rekening van de werkgever. Denk bijvoorbeeld aan een werkgever die niets doet om de werkdruk te verminderen. Loopt een werknemer daardoor een burn-out op, dan kan dat voor de werkgever een duur grapje worden.

Net als goed werkgeverschap is ook goed werknemerschap een vangnetbepaling. In verschillende wetten staan bepalingen waaraan een goed werknemer zich dient te houden. Denk bijvoorbeeld aan de Wet verbetering poortwachter, waarin onder andere is vastgelegd dat een werknemer actief moet mee werken aan zijn eigen re-integratie bij arbeidsongeschiktheid.

In zijn algemeenheid kunnen we stellen dat goed werknemerschap inhoudt dat de werknemer:

  • de arbeid verricht waarvoor hij is aangenomen en voldoet aan redelijke opdrachten van zijn werkgever, ook wanneer die niet (geheel) binnen de functieomschrijving passen;
  • geen nevenwerkzaamheden verricht voor concurrenten van zijn werkgever en ook zelf geen concurrerend bedrijf opricht;
  • zich houdt aan het verzuimbeleid van zijn werkgever en in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid zich inspant voor re-integratie;
  • noodzakelijke bijscholing volgt;
  • zich niet bewust roekeloos gedraagt;
  • zijn werkgever alle benodigde informatie geeft die nodig is voor het goed uitvoeren van de functie;
  • zich offline of online niet op een manier uitlaat die schadelijk is voor de werkgever.